twents·vertalen.nl

Twentse uitdrukkingen

Een selectie veelgebruikte Twentse uitdrukkingen en gezegden, ingedeeld op situatie. Per uitdrukking de gangbare schrijfwijze plus de betekenis in het Nederlands. Deze pagina is herzien en gecontroleerd aan de hand van lesmateriaal over Twentse taal, idioom en Twentismen, met dank aan sprekers die het Oldenzaalse Twents als moedertaal hebben.

Begroeten en afscheid nemen

Moin
Hallo. De standaard Twentse begroeting, op elk moment van de dag.
Hoo geet 't (met die)?
Hoe gaat het (met je)? Antwoord meestal: good, of 't geet wa.
Bedaank, dank ie wal
Bedankt, dank je wel. Iets warmer dan het gewone 'dank je'.
Goodgoan
Tot ziens, met warmte. Letterlijk: ga goed.
Hool oew taai
Hou je taai. Afscheid, troost en aanmoediging in één.

Onderkoeld Twents (understatement)

Succes? "Zee da'j 't kloar kriegt"
Gewoon: zorg dat je het voor elkaar krijgt. Geen grote uithalen.
Goed gedaan? "Dat kon slechter"
Vertaalt naar het Engelse 'not bad'. Geen overdrijving.
Succes? "Kieken wat 't wordt"
We zien wel hoe het loopt.
Prachtig? "Wie könt 't der wa met doon"
We kunnen ermee verder. Dat is genoeg.
Het gaat goed? "'t Geet wa"
Het gaat. Meer is meestal niet nodig.
Absoluut zeker? "Joa, joa"
Ja, ja. Met de juiste klank zeggen Twentenaren hiermee meer dan honderd procent garantie.

Twentismen: waar de letterlijke vertaling misgaat

Twentismen zijn Twentse woorden en zinsconstructies die rechtstreeks, woord voor woord, in het Nederlands worden overgenomen. Klinkt logisch, is het niet altijd.

Loat miej mer geworden
Bedoeld: laat mij mijn gang maar gaan. Niet: "laat mij maar geworden".
Too jong, blief nog 'n zetke
Bedoeld: blijf nog een poosje. "Zetje" is hier geen letterlijk zitje, maar een tijdje.
Wiej mot anmaken veur 't etten
Bedoeld: we moeten opschieten, anders komen we te laat voor het eten. 'Anmaken' is hier niet 'bereiden' maar 'voortmaken'.
Oma en opa doot heel völ oawer vroger
Bedoeld: opa en oma praten heel veel over vroeger.
Zoerkoal mag ik nich gearn
Bedoeld: ik lust niet graag zuurkool.
Hee hef de vrouw zeek en maakt zich doaroawer naar
Bedoeld: zijn vrouw is ziek en daarover maakt hij zich zorgen.
Good te pas
Bedoeld: ik voel me goed.

Uit het boerenerf: gezegden van het los hoes

Aan de kookant hoalden
Afzijdig, neutraal blijven.
Achteran sloapen
Achter de feiten aanlopen, wat sullig zijn.
An 't groondhoalt zitten
Blut zijn, failliet.
Hee hef 't oet 'n fissel
Het gaat bij hem chaotisch, de zaken lopen slecht.
't Hoal efkes ophalen
De tijd nemen om iemand tot de orde te roepen.
An 'n kettel houwen
Veel drukte en tamtam maken.
Ne gooi vrouw breg vette wörst in de wieme
Een zuinige vrouw kan goed met geld omgaan.
Op ne annere waag pakken
Het over een andere boeg gooien.
De achterboks antrekken
Bakzeil halen, terugkrabbelen.
Oonder 'n droad hen vretten
Vreemdgaan.
Teggen 'n schoap is nich te kötteln en ne vrouw nich te prötteln
Tegen een vrouw valt niet te praten.
A'j recht um ne koo, gef ie der een too
Een rechtszaak kost geld en kent alleen verliezers.
't Vet drif aait boaven in 'n pot
Hoge heren leven boven de wet, krijgen altijd hun zin.
Oonder de pannen
Een dak boven je hoofd, veilig en geborgen.
'n Richtmoal hebben
Een feestje bij het bereiken van het hoogste punt van een nieuwbouw.
't Zit in de pöst
Het zit in de genen, in het karakter.

Meer typisch Twentse gezegden

Hee maakt zich naar
Hij is bezorgd. Niet 'naar' zoals in het Nederlands, maar 'zich druk maken'.
Gewaar worden
Ontdekken, vernemen.
Der achterhen doon
Iemand negeren, links laten liggen.
Proaten as 'n nuchter kalf
Kletsen, onzin praten, van niets weten. Een 'nuchter' kalf is er net geboren en weet nog nergens van.
Der achter daal kommen
Achter het net vissen.
Hee hef de proemen op
Hij is aan het eind van zijn latijn, uitgeput.
't Is in 'n knup lopen
Het is in het honderd gelopen, misgelopen.
Zoa krang as 't achtereande van 'n vearken
Aartsmoeilijk, tegendraads, dwarsliggend.
Pik in de mouw hebben
Sterk zijn, spierkracht hebben.
Hoar van 'n hoond willen hebben
Het naadje van de kous willen weten.
Lachen as nen sik in de braandnettel
Lachen als een boer met kiespijn.
Zwil in de oaren
Oost-Indische doof. Letterlijk: eelt in de oren.
Noe he'j 't schoap an 't drieten
De poppen aan het dansen. Letterlijk: nu heb je het schaap aan het schijten.
Met 't gat in de braandnettel kommen
Op de koffie komen, op bezoek waar het ongemakkelijk wordt.
't Nust oonder boom liggen
Gebroken liefde.

Liefde en genegenheid

Ik bin onmeundig wies met oe
Ik hou ontzettend veel van jou. Klassieker uit de Twentse zorgcontext.
Heur ie mie wel?
Hoor je mij wel? Standaardvraag aan een oudere die het Nederlands lastig volgt, vaak gevolgd door: ja, ik verstao oe best zo.

De Twentenaar en de vogels

Veel vogels kregen in het Twents een bijnaam naar hun gedrag of uiterlijk, niet naar hun officiële naam.

Koekoek: boanenpotter / reagenhaler
Als hij roept, verwacht je geen nachtvorst meer en kunnen de bonen de grond in.
Merel: reagenfluiter
Zingt hij, dan komt er regen aan.
Kraai: zoadkreai
Pikt het ingezaaide zaad van het land.
Ooievaar: stoark / kikkervretter
Gek op kikkers, vandaar kikkervretter, maar beter bekend als stoark.
Turkse tortel: boetenlaander
Een vreemde vogel die makkelijk werd opgenomen in de Twentse spraak: gewoon 'buitenlander'.
Winterkoning: toenkroeperken / nettelkönning
Overal weer een andere naam voor hetzelfde kleine, drukke vogeltje.

Twents kent regionale verschillen. Een uitdrukking kan in Borne, Oldenzaal, Almelo of Rijssen net iets anders klinken. We tonen hier vooral de vorm zoals die in en om Oldenzaal wordt gebruikt. Mis je een uitdrukking, of klopt er iets niet? Stuur het door via contact of woorden insturen.

Open de vertaler